Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3.

Artikel 3.3.2.

Opbreken gesloten verharding

Onderdeel van Handboek ondergrondse infrastructuren gemeente Krimpenerwaard

Gesloten verharding mag niet worden opengebroken tenzij anders is overeengekomen met de gemeente. Indien in uitzonderingsgevallen en onder nader te bepalen voorwaarden door de gemeente het opbreken van de gesloten verharding wordt toegestaan dienen door de vergunninghouder tijdelijke voorzieningen te worden getroffen voor verdichting. Indien een kabel en/of leiding onder gesloten verharding wordt gelegd, moet een mantelbuis worden geboord of geperst met een dekking van minimaal 0,75 meter. De boring moet van binnenuit geschieden. De buiseinden dienen minimaal 0,75 meter uit te steken, tenzij dit niet mogelijk is. Dan wordt in afstemming met de gemeente bepaald hoever de buiseinden uit moeten steken.

Rechtspraak bij dit artikel