De grondslag voor de subsidie is het aantal peuters en het aantal uren dat een peuter gebruik maakt van het aanbod van VE gedurende het subsidiejaar.
Voor de subsidie voor alle reguliere peuters in de peuteropvang geldt een plaatsing voor twee dagdelen per week als voorwaarde. Voor reguliere peuters die één dagdeel per week zijn geplaatst, is geen kwaliteitssubsidie beschikbaar. De kosten van eventuele extra dagdelen per week betalen de ouders volledig zelf.
Voor doelgroeppeuters is subsidie beschikbaar als de doelgroeppeuter een aanbod van VE krijgt dat, naar rato van de geplaatste periode, overeenkomt met tenminste gemiddeld 640 uur per jaar.
Het college subsidieert voor de peuteropvang per peuter, naar rato van de plaatsingsperiode, subsidiebedragen aan de hand van de volgende indeling:
reguliere peuter
ouders zonder recht op KOT
320 uur x landelijk maximum uurtarief
kwaliteitssubsidie
ouders met recht op KOT
kwaliteitssubsidie
doelgroeppeuter
ouders zonder recht op KOT
640 uur x landelijk maximum uurtarief
VE-toeslag peuteropvang
subsidie inzet PBM’er VE
ouders met recht op KOT
320 uur x landelijk maximum uurtarief
VE-toeslag peuteropvang
subsidie inzet PBM’er VE
De bijbehorende bedragen zijn in de bijlage opgenomen.
Het college subsidieert per doelgroeppeuter, naar rato van de plaatsingsperiode, voor de (hele) dagopvang de volgende bedragen aan de aanbieder per jaar:
doelgroeppeuter
VE-toeslag dagopvang
subsidie inzet PBM’er VE
De bijbehorende bedragen zijn in de bijlage opgenomen.
De subsidie voor de inzet van de PBM’er VE is beschikbaar voor doelgroeppeuters die op peildatum 1 januari van het subsidiejaar zijn geplaatst.