Naar hoofdinhoud

Artikel 5:

De grondslag voor de subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en VE 2025

De grondslag voor de subsidie is het aantal peuters en het aantal uren dat een peuter gebruik maakt van het aanbod van VE gedurende het subsidiejaar. Voor de subsidie voor alle reguliere peuters in de peuteropvang geldt een plaatsing voor twee dagdelen per week als voorwaarde. Voor reguliere peuters die één dagdeel per week zijn geplaatst, is geen kwaliteitssubsidie beschikbaar. De kosten van eventuele extra dagdelen per week betalen de ouders volledig zelf. Voor doelgroeppeuters is subsidie beschikbaar als de doelgroeppeuter een aanbod van VE krijgt dat, naar rato van de geplaatste periode, overeenkomt met tenminste gemiddeld 640 uur per jaar. Het college subsidieert voor de peuteropvang per peuter, naar rato van de plaatsingsperiode, subsidiebedragen aan de hand van de volgende indeling: reguliere peuter ouders zonder recht op KOT 320 uur x landelijk maximum uurtarief kwaliteitssubsidie ouders met recht op KOT kwaliteitssubsidie doelgroeppeuter ouders zonder recht op KOT 640 uur x landelijk maximum uurtarief VE-toeslag peuteropvang subsidie inzet PBM’er VE ouders met recht op KOT 320 uur x landelijk maximum uurtarief VE-toeslag peuteropvang subsidie inzet PBM’er VE De bijbehorende bedragen zijn in de bijlage opgenomen. Het college subsidieert per doelgroeppeuter, naar rato van de plaatsingsperiode, voor de (hele) dagopvang de volgende bedragen aan de aanbieder per jaar: doelgroeppeuter VE-toeslag dagopvang subsidie inzet PBM’er VE De bijbehorende bedragen zijn in de bijlage opgenomen. De subsidie voor de inzet van de PBM’er VE is beschikbaar voor doelgroeppeuters die op peildatum 1 januari van het subsidiejaar zijn geplaatst.

Rechtspraak bij dit artikel