De aanbieder dient uiterlijk op 1 juni van het jaar volgend op het subsidiejaar, de aanvraag tot vaststelling in.
De aanvraag tot vaststelling bestaat uit het door het college vastgesteld format met gerealiseerde aantallen reguliere- en doelgroeppeuters en de gefactureerde ouderbijdragen.
Bij een subsidiering van meer dan € 50.000,- dient bij de aanvraag tot vaststelling een controleverklaring te worden overlegd, over de peuteraantallen en ouderbijdragen, opgesteld door een extern accountant.
Het college stelt, binnen 12 weken na ontvangst, op basis van de aanvraag tot vaststelling het definitieve subsidiebedrag vast.
Het college kan de subsidie op een lager bedrag vaststellen als de aanbieder minder peuters heeft geplaatst en/of hogere ouderbijdragen heeft gefactureerd, dan waarop de hoogte van de subsidie was gebaseerd.
De subsidie voor reguliere peuters en de subsidie voor doelgroeppeuters dienen te allen tijde gescheiden te blijven. Deze subsidiebedragen mogen niet worden vermengd of gesaldeerd.