Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 12

Woonkostentoeslag

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2024-2025

1.. Woonkostentoeslag voor een huurwoning, gehuurde woonwagen of gehuurde woonboot: a.. Indien belanghebbende een woning bewoont en hij recht zou hebben op huurtoeslag, maar door omstandigheden buiten zijn schuld nog geen aanspraak kan maken op deze toeslag, wordt een woonkostentoeslag verstrekt tot de datum waarop belanghebbende wel in aanmerking komt voor huurtoeslag; b.. De woonkostentoeslag wordt op gelijke wijze berekend als de huurtoeslag. 2.. Woonkostentoeslag voor een woning in eigendom: a.. Deze wordt alleen verstrekt wanneer betrokkene zelf de woning bewoont; b.. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbende op grond van de wet op de huurtoeslag voor de woonkosten per maand zou ontvangen. c.. Tot de woonkosten worden gerekend: •. 70% van de verschuldigde hypotheekrente; •. Het eigenaarsdeel van de onroerendzaakbelasting; •. De premie van de opstalverzekering; •. De erfpachtcanon; •. De omslagheffing voor huiseigenaren (waterschapslasten). 3.. Woonkostentoeslag bij bewoning van een huurwoning boven de maximale huurgrens. Voor woonkosten boven de maximale rekenhuur zoals omschreven in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag wordt, wanneer belanghebbende een woning in huur of eigendom bewoont, een woonkostentoeslag verstrekt welke in overeenstemming met artikel 12 lid 1 onder b van deze beleidsregels is berekend. De woonkosten die uitgaan boven de aftoppingsgrens komen volledig voor woonkostentoeslag in aanmerking. 4.. De woonkostentoeslag wordt verstrekt tot de datum waarop de belanghebbende wel aanspraak kan maken op huurtoeslag en, als huurtoeslag niet aan de orde is, voor de periode van maximaal een half jaar. Deze periode kan op aanvraag verlengd worden indien bijzondere omstandigheden daartoe noodzaken. De aantoonplicht ligt hierbij bij belanghebbende. 5.. Aan de verlening van de woonkostentoeslag zoals beschreven in het derde lid wordt de verplichting verbonden dat belanghebbende alles in het werk stelt om goedkopere woonruimte te vinden, waardoor geen aanspraak meer gedaan hoeft te worden op woonkostentoeslag. De naleving van deze inspanningsverplichting wordt eens per 3 maanden gecontroleerd. 6.. Wanneer de belanghebbende naar het oordeel van het college onvoldoende inspanningen heeft verricht om passende woonruimte te verkrijgen, kan de woonkostentoeslag worden beëindigd dan wel verlenging van de woonkostentoeslag worden geweigerd. 7.. Als de belanghebbende naar vermogen getracht heeft goedkopere woonruimte te vinden, maar dit niet gelukt is, dan kan indien bijzondere omstandigheden daartoe noodzaken de woonkostentoeslag met maximaal één jaar worden verlengd.

Rechtspraak bij dit artikel