Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Algemene bepalingen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2024-2025

1.. Deze beleidsregels hebben betrekking op de bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35 van de Pw, ten behoeve van ingezetenen van de gemeente Voorst. 2.. Als ingezetene wordt aangemerkt degene die zijn woonplaats heeft in de gemeente Voorst. 3.. Iemand heeft zijn woonplaats in de gemeente Voorst indien: a.. hij staat ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP) op een woonadres in de b.. gemeente Voorst; en c.. hij daar ook feitelijk woonachtig is. 4.. Het college kan op grond van bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in het vorige lid onder a. 5.. Een geldlening bij de Kredietbank Rotterdam* of een andere kredietbank verbonden aan de schuldhulpverlening door de gemeente Voorst wordt als voorliggende voorziening beschouwd voor de kosten van noodzakelijke (duurzame) gebruiksgoederen, tenzij deze beleidsregels anders bepalen. (*De Kredietbank Rotterdam is gerelateerd aan de organisatie die de tweede fase schuldhulpverlening voor de gemeente Voorst uitvoert. Vanaf 1 januari 2025 kan er een andere kredietbank zijn. Vanaf 1 januari 2025 is er namelijk een nieuw contract voor de schuldhulpverlening) 6.. Vergoedingen in het kader van de zorgverzekeringswet en de (collectieve) zorgverzekering zijn voorliggend als bedoeld in artikel 17. 7.. Bij de vaststelling van de bijstand voor de bijzondere noodzakelijke kosten, worden kosten die voor een ieder algemeen noodzakelijk zijn, in mindering gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel