**1..** Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening als:
de cliënt of de maatwerkvoorziening niet voldoet aan de criteria zoals genoemd in artikel 4.1 van deze verordening;
het een voorziening betreft die de cliënt na de melding maar vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of het college de goedkoopst passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen;
de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen. Het college moet dan wel de noodsituatie, de goedkoopst passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kunnen beoordelen;
de gevraagde maatwerkvoorziening reeds eerder is verstrekt en de normale afschrijvingsduur van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen of vaststaat dat de eerder verstrekte voorziening niet meer passend is;
als deze niet in overwegende mate op het individu is gericht;
de aanspraak niet is vast te stellen doordat de cliënt of zijn huisgenoten niet of onvoldoende voldoen aan de inlichtingen- en medewerkingsverplichting.
**2..** Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie als:
deze niet langdurig noodzakelijk is;
de noodzaak tot ondersteuning redelijkerwijs vermijdbaar was en van de cliënt verwacht had mogen worden dat hij maatregelen zou hebben getroffen die de gevraagde maatwerkvoorziening overbodig had gemaakt nu de hulpvraag en de noodzaak tot ondersteuning hierbij redelijkerwijs voorzienbaar waren voor de cliënt;
de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Tilburg.
**3..** Het college verstrekt geen woonvoorziening:
als de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen;
als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen;
ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting;
als het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting;
als de cliënt een doelgroepengebouw bewoont en de aan te brengen voorziening voor die doelgroep algemeen gebruikelijk is;
als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is;
indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijke toestemming is verleend door het college.
**4..** Het college kan aanvullende criteria stellen in verband met de weigeringsgronden voor een specifieke maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.6
Weigeringsgronden voor maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2025