Voor vergunninghouders met een voor het jaar 2003 geldende vergunning wordt
een uitsterfconstructie gehanteerd waarbij zij onder dezelfde
privaatrechtelijke condities in aanmerking blijven komen voor de hun reeds
eerder toegekende standplaatsen, mits er sprake is van continuering onder
dezelfde omstandigheden en men voor het in aanmerking komen van de benodigde
vergunning heeft gehandeld overeenkomstig het bepaalde in het beleid.