**1..** Het recht bedoeld in artikel 8 bedraagt per jaar:
a.
voor los- en laadbruggen
€
20,35
per strekkende meter kademuur, met als minimum
€
99,65
b.
voor elke hijskraan met bijbehorende werken
€
520,70
c.
voor vergaarputten op bakken per stuk
€
25,35
en voor daarbij behorende buisleidingen
€
10,20
per strekkende meter, met een minimum voor de
putten of bakken en buisleidingen tezamen van
€
99,65
d.
voor andere toestellen, werken of inrichtingen:
indien de kaden of de gemeentelijke aanlegplaatsen
tot geen grotere diepte dan 9 meter in gebruik
worden genomen per vierkante meter
€
20,35
met een minimum van
€
99,65
en per strekkende meter kademuur met een minimum van
€
176,45
bij ingebruikname van een grotere diepte dan 9 meter
€
903,10
e.
voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve
van het laden en lossen van andere vaartuigen
zijn aangebracht per vaartuig
€
306,10
**2..** Voor verplaatsbare toestellen is het in dit artikel bepaalde recht voor elk toestel slechts eenmaal per jaar verschuldigd.
**3..** Bij de berekening van het verschuldigde bedrag worden gedeelten van een m², respectievelijk van een strekkende meter voor een hele m² respectievelijk hele strekkende meter gehouden.
Hoofdstuk III
Artikel 9.
Tarieven
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten 2025