Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3:1

Weigeringsgronden

Onderdeel van Subsidieregeling ontwikkeling voor makers Den Haag 2024

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11, eerste, tweede en derde lid, van de ASV weigert het college een subsidie als: de activiteiten plaatsvinden voordat de subsidie is toegekend; de activiteiten naar oordeel van het college onderdeel zijn van de reguliere ontwikkeling of beroepspraktijk van een maker en daarom zonder subsidie uitgevoerd kunnen worden, zoals bij- of nascholing of bijvoorbeeld het volgen van schilderlessen; de aanvrager de artistieke activiteiten tot nu toe hoofdzakelijk hobbymatig of op amateurniveau heeft uitgevoerd, blijkend uit het cv van de aanvrager, en de aanvraag niet gericht is op verdere professionalisering; de aanvraag voornamelijk of uitsluitend gericht is op het verbeteren van de zakelijke vaardigheden van de maker, het vergroten van de aanwezigheid van de maker op sociale media, het aanleren van beginnersvaardigheden die, naar het oordeel van het college, ook zonder subsidie kunnen worden aangeleerd of het volgen van lessen of vakken binnen het bestaande curriculum van de instelling voor beroeps- en hoger onderwijs; de aanvraag is gedaan namens meerdere aanvragers of meerdere aanvragers separaat een aanvraag indienen voor dezelfde samenwerking; bij de aanvraag een culturele instelling of instelling voor hoger onderwijs is betrokken waaraan in het betreffende aanvraagtijdvak op grond van deze regeling reeds twee keer een subsidie voor een samenwerking tussen maker en instelling is verleend, waarvoor de aanvrager in dienstverband of opdracht werkzaam is, of waarmee de maker familiaire banden in de eerste of tweede graad heeft;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel