Naar hoofdinhoud
In deze regels wordt verstaan onder: boom: een houtachtig, opgaand gewas, dood of levend, met een stamomtrek van meer dan 60 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom of houtopstand op basis van landelijke richtlijnen van de meest recente versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. dunnen: vellen als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van een houtopstand waarbij geen oppervlakte van de betreffende houtopstand verloren gaat. Herdenkingsboom: Boom met een speciale betekenis aangeplant door of in samenwerking met de gemeente. Een boom ter ere van een geboorte, huwelijk of kroning, overlijden, jubileum of herdenking (van een prins of prinses); of een boom ter nagedachtenis aan een zeer gedenkwaardige gebeurtenis, bijvoorbeeld in de oorlog. Bomen geplant naar aanleiding van de jaarlijkse boomplantdag of andere plantdagen of -activiteiten zijn geen herdenkingsbomen. herplantwaarde: de monetaire waarde om een boom of houtopstand te herplanten zoals bepaald door het college. houtopstand: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek onderhoud. monumentale boom: een boom met een stamomtrek van 2,5 meter of meer, of een herdenkingsboom ongeacht de leeftijd of stamomtrek, of een zeldzame soort qua leeftijd of verschijningsvorm, of een boom opgenomen in de landelijke register van Monumentale bomen van de Bomenstichting. particulier perceel: kadastraal perceel van een natuurlijk persoon voor privé gebruik, zijnde niet handelend in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf. vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 30 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen en knotten; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de boom of houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Hieronder valt ook: het wijzigen van de groeiplaats van een boom of houtopstand door gronduitwisseling, bodemverdichting door materialen of verkeer, bodembedekking, waterstand wijziging of het onttrekken of toevoegen van voor de boom schadelijke stoffen, door hitte of straling, of door aantasting van de wortels, waardoor meer dan 30 procent van de wortelcapaciteit verloren gaat of is gegaan.

Rechtspraak bij dit artikel