Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.

Niet alleenwonende al;leenstaande (ouder)

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlaging WIJ gemeente Steenbergen

De norm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft of die in de woning van een ander zijn hoofdverblijf heeft en die de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen, wordt verhoogd met een toeslag die is bepaald op de helft van het in artikel 30, tweede lid van de wet genoemde maximumbedrag behoudens het bepaalde in artikel 6, eerste lid, artikel 7 en artikel 8 van deze verordening; In afwijking van het eerste lid wordt de norm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder verhoogd met een toeslag, die is bepaald op het in artikel 30, tweede lid van de wet genoemde maximumbedrag behoudens het bepaalde in artikel 6, eerste lid, artikel 7 en artikel 8 van deze verordening, indien de woning wordt bewoond met een ander of die in de woning van een ander woont en die de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen; In afwijking van het eerste lid, wordt geen toeslag, als bedoeld in artikel 30, tweede lid van de wet verleend, indien een ander de niet rechthebbende echtgenoot of daarmee gelijkgestelde is en algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt; Van het niet kunnen delen van de algemeen noodzakelijk kosten is in ieder geval sprake, indien de woning wordt bewoond met uitsluitend een bloedverwant in de eerste of tweede graad waarbij sprake is van zorgbehoefte tussen één van deze bloedverwanten en de alleenstaande of de alleenstaande ouder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel