De norm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn
ten laste komende kinderen in wiens woning een ander zijn
hoofdverblijf heeft of die in de woning van een ander zijn
hoofdverblijf heeft en die de algemene noodzakelijke kosten van
het bestaan kan delen, wordt verhoogd met een toeslag die is
bepaald op de helft van het in artikel 30, tweede lid van de wet genoemde
maximumbedrag behoudens het bepaalde in artikel 6, eerste lid, artikel 7 en artikel 8 van deze verordening;
In afwijking van het eerste lid wordt de norm voor de
alleenstaande en de alleenstaande ouder verhoogd met een
toeslag, die is bepaald op het in artikel 30, tweede lid van de wet genoemde
maximumbedrag behoudens het bepaalde in artikel 6, eerste lid, artikel 7 en artikel 8 van deze verordening, indien de woning
wordt bewoond met een ander of die in de woning van een ander
woont en die de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan
niet kan delen;
In afwijking van het eerste lid, wordt geen toeslag, als bedoeld
in artikel 30, tweede lid van de wet verleend, indien
een ander de niet rechthebbende echtgenoot of daarmee
gelijkgestelde is en algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt;
Van het niet kunnen delen van de algemeen noodzakelijk kosten is
in ieder geval sprake, indien de woning wordt bewoond met
uitsluitend een bloedverwant in de eerste of tweede graad
waarbij sprake is van zorgbehoefte tussen één van deze
bloedverwanten en de alleenstaande of de alleenstaande
ouder.
Hoofdstuk
Artikel 4.
Niet alleenwonende al;leenstaande (ouder)
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlaging WIJ gemeente Steenbergen