Gemeentebestuur: college van burgemeester en wethouders samen met de gemeenteraad;
College: het college van burgemeester en wethouders;
Directie: de eindverantwoordelijke leiding van de ambtelijke organisatie, bestaande uit de gemeentesecretaris/directeur (hierna: gemeentesecretaris) en de algemeen directeur/loco- secretaris (hierna algemeen directeur) (inrichtingsprincipe 1 Besturingsfilosofie);
Griffie: het orgaan dat ambtelijke ondersteuning biedt aan de gemeenteraad en de door de raad ingestelde raadscommissies;
Manager: leidinggevende van een cluster (inrichtingsprincipe 1 Besturingsfilosofie);
Teamleider: de HR verantwoordelijke van een team die ook integraal en operationeel verantwoordelijk kan zijn voor het team en daarnaast ook inhoudelijk verantwoordelijk kan zijn voor eigen taken/werkzaamheden (inrichtingsprincipe 1 Besturingsfilosofie).
Management: de gemeentesecretaris, de algemeen directeur, de managers en de teamleiders;
Managementteam: overlegorgaan bestaand uit de directie en de managers;
Bureau bedrijfsvoeringstrategie & Control: een groep medewerkers met functies die overwegend strategisch adviseren en direct ondersteunend zijn aan de directie en/of college op het gebied van bedrijfsvoering. Daarnaast dragen zij zorg voor onafhankelijke toetsing vanuit de toezichthoudende rol op diverse aspecten van de bedrijfsvoering van de gemeente;
Integraal management: een managementconcept dat is gebaseerd op het uitgangspunt dat de manager, binnen vastgestelde kaders, verantwoordelijk is voor het realiseren van de door het bestuur en de directie gestelde doelen met de ter beschikking gestelde mensen en middelen binnen het cluster waaraan leiding wordt gegeven;
Middelen: personeel, informatisering, juridische zaken, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting (PIJOFACH);
Organisatie: het geheel van medewerkers dat ten dienste staat van het gemeentebestuur, met uitzondering van de griffie;
Planning en control: het plannen van het uit te voeren gemeentelijk beleid in de vorm van maatschappelijke effecten, doelen, prestaties en de daarvoor beschikbare middelen (planning) en de (voortgang)rapportage(s) daarover en uiteindelijk de beheersing van en de verantwoording over de middeleninzet in relatie tot de te behalen dan wel de behaalde resultaten (control);
Lijnorganisatie: de bevoegdheden, verantwoordelijkheden en taken van de organisatie zijn verdeeld langs een hiërarchische verticale lijn.
Proces: een serie van opeenvolgende samenhangende activiteiten. Deze activiteiten hebben een duidelijk doel/ eindresultaat.
Opgave: een complex (maatschappelijk) vraagstuk met grote onduidelijkheid en onzekerheid over de koers, impact, doel/resultaat dat om een antwoord vraagt.
Project: een tijdelijk samenwerkingsverband van mensen dat werkt aan eenmalige, complexe en unieke zaken. Gericht op het behalen van concrete resultaten, binnen een bepaalde periode.
Projectmatig werken: een werkwijze die wordt ingezet voor een vraagstuk dat binnen een team of cluster wordt opgelost.
Programma (niet zijnde in het kader van de programmabegroting en programma’s zoals genoemd in wetgeving): een plan waarin staat beschreven hoe doelen bereikt willen worden;
Programmabegroting: begroting gebaseerd op het Besluit begroting en verantwoording, die is opgebouwd uit verschillende beleidsthema’s, die elk weer bestaan uit onderling samenhangende beleidsvelden;
Cluster: een organisatie-eenheid bestaande uit één of meerdere teams, onder leiding van een manager. De manager legt verantwoording af aan de directie;
Team: betreft een deel van het cluster dat meestal bestaat uit werknemers met samenhangende werkvelden. Een team staat onder leiding van een teamleider. De teamleider legt verantwoording af aan de manager van het betreffende cluster.