Inwoners of vertegenwoordigers van organisaties, instellingen en bedrijven kunnen, al dan niet op uitnodiging, in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. Bij beeldvormende vergaderingen zijn dit meesprekers, bij oordeelsvormende vergaderingen zijn dit insprekers.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 12.00 uur de dag voorafgaand aan de vergadering aan de griffier beeld- en oordeelsvormende vergadering onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering.
De mee- of inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.
De voorzitter kan de deelnemers aan de oordeelsvormende vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en leden van de vergadering.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 15.
Spreekrecht derden
Onderdeel van Verordening beeld- en oordeelsvormende vergaderingen Dronten 2024