Naar hoofdinhoud
1.. Op participatie is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 2.. In afwijking van het eerste lid kan het bestuursorgaan een andere participatieprocedure vaststellen. 3.. In geval van participatie door de raad vindt dit plaats overeenkomstig het zevende lid. 4.. Als participatie wordt toegepast in afwijking van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, neemt het bestuursorgaan in beginsel over de volgende punten van participatie een besluit; a.. het doel van de participatie; b.. de kernvragen: de beïnvloedingsruimte en/of de inhoudelijke, financiële, procedurele en overige kaders voor de participatie en de wijze waarop deze kaders vooraf met de deelnemers worden gecommuniceerd; c.. de wijze waarop en het tijdvak waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; d.. de wijze waarop democratische waarden zoals inclusie, dialoog, zeggenschap en transparantie in e.. het proces worden gewaarborgd; f.. de begroting van de kosten van het participatieproces; g.. de wijze waarop de inbreng van inwoners zal doorwerken in de besluitvorming als bepaald in artikel 2.1, tweede lid. 5.. Het bestuursorgaan maakt voor de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze. 6.. Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om de kaders bedoeld in het vierde lid onder b of de inrichting van het proces aan te passen, zorgt het bestuursorgaan ervoor dat deelnemers hierover zo snel mogelijk worden geïnformeerd. 7.. Voor de raad vindt participatie over geagendeerde of niet-geagendeerde beleidsvoornemens tijdens de Beeldvormende Commissie. De agendacommissie stelt vast op welke wijze en op welke termijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel