Naar hoofdinhoud
1.. Een verzoek met betrekking tot het uitdaagrecht wordt bij het bestuursorgaan ingediend en omvat in ieder geval de volgende onderdelen: a.. omschrijving van de gemeentelijke taak die de verzoeker wil overnemen; b.. uitleg waarom of hoe de verzoeker deze taak beter of goedkoper kan uitvoeren; c.. duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de verzoeker; d.. indicatie van het draagvlak onder belanghebbende ingezetenen; e.. indicatie van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; f.. omschrijving van de manier waarop de verzoeker met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft; g.. inzicht in hoe de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn kan worden gewaarborgd. 2.. Elk verzoek met betrekking tot het uitdaagrecht wordt vervolgens door het bestuursorgaan getoetst aan de volgende criteria: a.. er is voldoende maatschappelijk draagvlak voor de aanvraag; b.. inwoners en maatschappelijke initiatieven kunnen alleen taken van het bestuursorgaan op grond van de wet overnemen als zij zich organiseren in een rechtspersoon en een plan overleggen; c.. het plan dient tenminste door drie ingezetenen te zijn ingediend; d.. in het plan staat beschreven welke resultaten beoogd worden en, op welke wijze de continuïteit is gegarandeerd; e.. het plan geeft aan hoe wordt voldaan aan de volgende kwaliteitseisen: i.. het initiatief heeft een maatschappelijke meerwaarde; ii.. de kosten voor uitvoering zijn bij voorkeur lager, maar in ieder geval niet hoger dan de huidige kosten; iii.. de betrokken initiatiefnemers maken aannemelijk dat zij de prestatie kunnen leveren; iv.. de indieners zijn eraan gehouden het initiatief gedurende een afgesproken periode uit te voeren. 3.. Het college kan een aanvraag weigeren indien onvoldoende aannemelijk wordt gemaakt dat het initiatief voldoet aan de in het vorige lid genoemde criteria of indien de aanvraag zich richt op: a.. een beleidsterrein dat de gemeente heeft uitgezonderd van het uitdaagrecht; b.. een onderwerp dat overwegend het privébelang van de aanvrager dient. 4.. Een vaste contactpersoon van de gemeente begeleidt de verzoekers tijdens het hele proces. 5.. Het bestuursorgaan maakt met de verzoekers afspraken over het proces, het resultaat, het budget en de looptijd. 6.. Het bestuursorgaan maakt het besluit ten aanzien van een binnengekomen verzoek binnen veertien dagen na zijn besluit openbaar.

Rechtspraak bij dit artikel