Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Herstelmaatregel

Onderdeel van Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang 2018

1.. Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend handhavingstraject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(-en) 2.. Bij het uitvoeren van een herstellend handhavingstraject hanteert het college de volgende stappen: stap 1: Bevel of aanwijzing; stap 2: (voornemen) last onder dwangsom of bestuursdwang; stap 3: exploitatieverbod; stap 4: intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het landelijk register kinderopvang. 3.. Als strikte toepassing van de stappen in het hersteltraject tot onredelijke bezwarende situatie leidt, kan het college besluiten van het hersteltraject af te wijken door een bepaalde stap of bepaalde stappen in het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen. 4.. De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen. 5.. Bij het geven van een bevel of aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen: prioriteit hoog: maximaal 2 weken; prioriteit gemiddeld: maximaal 2 maanden; prioriteit laag: maximaal 6 maanden. Deze termijnen worden in beginsel eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn indien ervoor gekozen is om een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang op te leggen.

Rechtspraak bij dit artikel