**1..** Indien de cliënt niet of onvoldoende zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in de artikelen 6 of 7 Wgs, kan het college besluiten om de schuldhulpverlening te beëindigen.
Voordat wordt besloten tot beëindiging, wordt (indien mogelijk) cliënt eenmaal een redelijke hersteltermijn geboden om alsnog de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken.
**2..** Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, besluit het college tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien:
het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;
de cliënt zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;
op basis van verkeerde en onjuiste informatie - zo later is gebleken - schuldhulpverlening is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
de inkomens-, woon- of leefsituatie van de cliënt dermate onzeker is geworden, dat schuldhulpverlening niet meer mogelijk is;
de geboden schuldhulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de cliënt, niet (langer) passend is;
de cliënt niet in staat is om zijn financiën of schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden of financiën zelfstandig te beheren en geen ondersteunde hulp (budgetbeheer) accepteert;
de cliënt zich ten opzichte van de medewerkers, belast met de werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject agressief gedraagt;
de cliënt hier zelf om verzoekt;
een verklaring als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f, van de Faillissementswet is afgegeven (WSNP);
de cliënt overleden is.
Artikel 6.
Beëindiging schuldhulpverlening
Onderdeel van Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Arnhem 2025