Naar hoofdinhoud

Artikel 3.5

Betalingsverplichting

Onderdeel van Beleidsregels Leefgeld Ontheemden Oekraïne 2024 MVS

1.. Indien de belanghebbende uitsluitend een inkomen uit leefgeld ontvangt, wordt de maandelijkse aflossingsverplichting bij een betalingsregeling of beslaglegging bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij de belanghebbende ten minste blijft beschikken over een bedrag van 95% van het van toepassing zijnde leefgeld. 2.. Indien de belanghebbende een ander inkomen dan leefgeld ontvangt, wordt de maandelijkse aflossingsverplichting bij een betalingsregeling of beslaglegging bepaald op maximaal de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 3.. Onder overlegging van financiële en andere relevante gegevens kan de ontheemde schriftelijk verzoeken om: wijziging van de eerder vastgestelde betalingsverplichting: of, tijdelijk uitstel van de opgelegde betalingsverplichting als hij aan de eerder vastgestelde betalingsverplichting niet kan voldoen. 4.. Bij een vermoeden dat de betalingscapaciteit van de ontheemde is gewijzigd, kan het college deze capaciteit in het individuele geval opnieuw beoordelen. 5.. Het college stelt de ontheemde bij besluit in kennis van een wijziging van de betalingsverplichting en legt de gewijzigde verplichting op met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het besluit bekend is gemaakt. 6.. Indien de ontheemde na ontvangst van de aanmaning niet bereid is tot het treffen van een minnelijke regeling of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet langer nakomt, wordt het terugvorderingsbesluit ten uitvoer gelegd door middel van: een executoriaal beslag volgens de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e tweede lid Rv; of, een executoriaal of conservatoir beslag op roerende of onroerende goederen, volgens het Tweede boek van het Rv. 7.. Het college brengt geen aanmaningskosten in rekening. 8.. Wanneer het college de vordering ter executie overdraagt aan een derde die beroepsmatig belast is met de invordering, kan het college de door deze derde gemaakte kosten volledig doorrekenen aan de ontheemde en ook de vordering verhogen met de wettelijke rente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel