Deze verordening verstaat onder:
Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken;
onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet WOZ;
waarde: de op voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het kalenderjaar, als bedoeld in artikel 6, voor de onroerende zaak vastgestelde waarde.
Als voor een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet WOZ vastgestelde waarde;
vestiging:
een onroerende zaak;
twee of meer onroerende zaken die direct naast of boven elkaar gelegen zijn en die tezamen door één organisatie of bedrijf voor één doel worden gebruikt;
jaar: een kalenderjaar.