Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.1

Fysieke leefomgeving

Onderdeel van Evenementenbeleid

Als achtergrond wordt opgemerkt, dat het inmiddels vaste jurisprudentie is, dat evenementen expliciet in een omgevingsplan moeten worden toegestaan.18Zie bijvoorbeeld, AbRvS 30 juni 1990, nr. R03.88.6110, BR 1991/115, en vergelijkbaar AbRvS 5 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BO9802, MenR 2011/61, 19AbRvS 16 februari 2011, nr. 200903724/1/R3, Bestemmingsplan ‘Kenniscampus Rengerspark’, TBR 2011/99, m.nt. J.J. Scheltens-Fokke en vergelijkbaar AbRvS 29 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV7286, «JM» 2012/48, m.nt. S.M. van Velsen en F. Arents, bestemmingsplan Ellerveld. Binnen de bescherming van de fysieke leefomgeving staat een evenwichtige toedeling van functies aan locaties centraal, daaronder valt een goed woon- en leefklimaat. Er is geen duidelijke definitie van deze term, maar er wordt gedoeld op een afweging van alle bij een bepaald onderwerp betrokken belangen. Dat gaat verder dan alleen voldoen aan de normen. Ook als er voor bepaalde effecten geen normen in wet- of regelgeving zijn vastgelegd, moeten deze effecten toch in het onderzoek worden meegenomen.20Zie bijv. AbRvS 19 oktober 2011, nr. 201001729/1/R2, AbRvS 30 januari 2013, nr. 201203524/1/R1, «JM» 2013/40, m. nt. F. Arents en AbRvS 23 oktober 2013, nr. 201301638/1/R1, m. nt. F. Arents, «JM» 2013/162, en geldt ook als er helemaal geen normen zijn, bijvoorbeeld voor geur van siervissenkwekerij, zie bijv. AbRvS 25 april 2012, nr. 201106872/1/R2. Dit geldt ook in het geval een evenement in het omgevingsplan wordt toegelaten. De toegelaten evenementen zijn bepalend voor de mate van overlast en daarmee de impact op het woon- en leefklimaat. De gemeenteraad moet in zijn besluit over de vaststelling van het omgevingsplan de aanvaardbaarheid van de impact van de toegelaten evenementen op het woon- en leefklimaat afwegen. Onder de rechtspraak die is gewezen onder de Wro moest - als evenementen in een bestemmingsplan werden toegelaten - een regeling worden opgenomen met betrekking tot de intensiteit waarmee het evenemententerrein mag worden gebruikt, zoals het maximaal aantal toegestane bezoekers per evenement en het aantal evenementen per jaar.21AbRvS 16 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP4728, bestemmingsplan ‘Kenniscampus Rengerspark’, Leeuwarden. Ook het soort evenementen moest worden gespecificeerd en inzichtelijk moest worden gemaakt welke aantallen evenementen zijn toegestaan. Deze verplichting gold niet alleen voor een terrein waaraan de hoofdbestemming ‘evenemententerrein’ is toegekend, maar ook voor gebouwen, parken, pleinen en straten waarin – naast de hoofdbestemming – ook evenementen waren toegelaten22AbRvS 20 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW8858, bestemmingsplan ‘Emmen, De Verbinding’ en vergelijkbaar AbRvS 24 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2561, bestemmingsplan ‘Thorbeckelaan Zuid’ Barneveld, AbRvS 23 april 2014 ECLI:NL:RVS:2014:1491 bestemmingsplan ‘Kranenburg-Stadspark’, drafbaan Groningen. en evenementenhallen.23AbRvS 24 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2561, bestemmingsplan Thorbeckelaan Zuid van de gemeente Barneveld. De vraag is, hoe deze rechtspraak over verplichtingen en omvang van het onderzoek zich onder de Omgevingswet gaat ontwikkelen.

Rechtspraak bij dit artikel