Op verzoek van de belanghebbende die een maatregel is opgelegd kan het college de verlaging herzien zodra uit de houding en de gedraging van belanghebbende ondubbelzinnig is gebleken dat hij de verplichtingen bedoeld in artikel 18 lid 4 Participatiewet (geüniformeerde arbeidsverplichtingen) nakomt. Deze herziening vindt plaats op basis van artikel 18 lid 11 Participatiewet.
Het college herziet verlaging op verzoek van belanghebbende indien een maatregel is opgelegd van 100% van de bijstandsnorm met een duur van één maand of langer als belanghebbende aan kan tonen dat de verplichting alsnog wordt nagekomen.
Bij toepassing van lid 1 wordt de maatregel gehalveerd indien een maatregel is opgelegd voor de duur van één maand.
Indien een maatregel is opgelegd voor de duur van twee maanden of langer, dan vervalt de maatregel per de maand volgend op de datum waarop wordt voldaan aan de voorwaarden uit lid 1.
Bij toepassing van lid 3 blijft de maatregel over de eerste maand altijd van kracht.
Een verzoek tot herziening van de maatregel kan worden ingediend gedurende de periode dat de maatregel is opgelegd.
Het college ziet af van herziening van de maatregel als het de volgende gedragingen betreft:
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid en
het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3.
Artikel 2.3.6.
Herziening maatregelen (inkeerregeling)
Onderdeel van Beleidsregels Sociaal Domein Gemeente Meppel