Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begrippen

Onderdeel van Bomenverordening 2008

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: bebouwde kom: de bebouwde kom als bedoeld in artikel 1, lid 5, van de Boswet, zoals vastgesteld door de gemeenteraad bij besluiten van 19 februari 1969, nr. 105, 10 december 1986, nr. 1665, en 22 februari 1989, nr. 201; boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel vitaal als afgestorven, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; houtopstand: een of meer bomen of hakhout; hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; het college: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam; kandelaberen: het op latere leeftijd knotten van de gesteltakken van een boom; knotten: periodiek geheel of gedeeltelijk verwijderen van uitgelopen takhout tot op de oude snoeiplaats; monetaire boomwaarde: de financiële waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Beëdigde Taxateurs van Bomen; monumentale boom: beschermwaardige houtopstand die geplaatst is op de lijst van monumentale bomen als bedoeld in artikel 7; vellen: rooien, kappen en kandelaberen met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand tot gevolg kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel