Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2025

1.. Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. 2.. Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanaf of vanuit het perceel wordt afgevoerd. 3.. Het aantal kubieke meters water als bedoeld in het vorige lid, wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in het aan het belastingjaar voorafgaande kalenderjaar naar het perceel is toegevoerd of op het perceel is opgepompt, waarbij het aantal kubieke meters leidingwater wordt gesteld op de hoeveelheid kubieke meters die over de verbruiksperiode door de N.V. Waterleidingmaatschappij Oost-Brabant/Brabant Water N.V. aan de gebruiker als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b, in rekening is gebracht in het aan het belastingjaar voorafgaande kalenderjaar. 4.. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a.. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b.. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5.. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel