Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Bescherming van de melder, degene die de melder bijstaat en betrokken derden tegen benadeling

Onderdeel van Regeling melden vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente IJsselstein

1.. De werkgever zorgt ervoor dat de melder bij zijn werk op geen enkele wijze nadelige gevolgen ondervindt van het doen van de melding. 2.. De melder mag tijdens en na de behandeling van een melding niet worden benadeeld, onder de voorwaarde dat de melder de melding naar behoren heeft gedaan en bij de melding redelijke gronden had om aan te nemen dat de gemelde informatie op het moment van de melding juist was. 3.. De melder mag tijdens en na openbaarmaking van een vermoeden van een misstand niet worden benadeeld, onder de voorwaarde dat: de melder bij de openbaarmaking redelijke gronden had om aan te nemen dat het vermoeden van een misstand op het moment van de openbaarmaking juist was; en de melder voorafgaand aan de openbaarmaking een interne en externe melding heeft gedaan of direct een externe melding heeft gedaan als bedoeld in deze regeling, en de melder op basis van de informatie die de melder heeft gekregen over de beoordeling en/of opvolging van de melding redelijke gronden heeft om aan te nemen dat het onderzoek onvoldoende voortgang heeft; of de melder redelijke gronden heeft om aan te nemen dat: de misstand een dreigend of reëel gevaar kan zijn voor het algemeen belang; of een risico bestaat op benadeling bij melding aan een bevoegde autoriteit of een andere bevoegde instantie; of het niet waarschijnlijk is dat de misstand doeltreffend wordt verholpen. 1.. Onder benadeling wordt in ieder geval verstaan het nemen van een voor de melder nadelige maatregel/handelwijze, zoals: het niet aanbieden, het beëindigen of het niet verlengen van de overeenkomst; het niet omzetten van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd; het opleggen van een disciplinaire maatregel of sanctie; de eenzijdige wijziging van de functie, standplaats of andere arbeidsvoorwaarden; het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of andere vergoedingen; het onthouden van promotiekansen; het afwijzen van een verlof- of vakantieaanvraag; discriminatie; intimidatie, pesterijen of uitsluiting; smaad of laster; voortijdige beëindiging van een overeenkomst voor het leveren van goederen of diensten, en intrekking van een vergunning. 2.. Onder benadeling wordt ook verstaan een dreiging met en een poging tot benadeling. 3.. Als de werkgever na het doen van een melding een voor de melder nadelige maatregel neemt, motiveert hij waarom hij deze maatregel nodig acht. Ook legt de werkgever uit waarom deze maatregel geen verband houdt met de melding. 4.. De werkgever spreekt personen die zich schuldig maken aan benadeling van de melder daarop aan en kan hen een waarschuwing, een disciplinaire maatregel of een sanctie opleggen. 5.. Hetgeen in dit artikel is bepaald, geldt ook voor degene die de melder bijstaat, een betrokken derde of een adviseur.

Rechtspraak bij dit artikel