**1..** Een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, heeft recht op de individuele inkomenstoeslag als:
hij een langdurig een laag inkomen heeft,
geen uitzicht heeft op inkomensverbetering;
de rechthebbende, gelet op diens krachten en bekwaamheden, naar vermogen inspanningen heeft gepleegd om tot inkomensverbetering te komen.
**2..** Tot de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval gerekend:
Geen uitzicht op inkomensverbetering (lid 1 onder c):
Wanneer de belanghebbende gedurende 36 maanden voor de peildatum een gemiddeld inkomen heeft ontvangen wat lager of gelijk is aan 105% van de gemiddelde bijstandsnorm, dan wordt de belanghebbende geacht geen uitzicht op inkomensverbetering te hebben.
Naar vermogen inspanningen gepleegd (lid 1 onder d):
De inspanningen die de belanghebbende heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen:
een persoon met algemene bijstand op grond van de Participatiewet, of een IOAW- of IOAZ-uitkering;
inwoners met een uitkering van het UWV waarbij het UWV verantwoordelijk is voor de re-integratie;
statushouders gedurende de periode dat ze in het COA verbleven;
worden geacht voldoende inspanningen te hebben geleverd om te komen tot inkomensverbetering tenzij er in de afgelopen 36 maanden een maatregel is opgelegd voor het schenden van de arbeids- of re-integratieverplichting. In dat geval dient nader onderzoek te worden verricht.
Artikel 3.
Rechthebbende individuele inkomenstoeslag
Onderdeel van Beleidsregels Individuele inkomenstoeslag Etten-Leur 2025