Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Rechthebbende individuele inkomenstoeslag

Onderdeel van Beleidsregels Individuele inkomenstoeslag Etten-Leur 2025

1.. Een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, heeft recht op de individuele inkomenstoeslag als: hij een langdurig een laag inkomen heeft, geen uitzicht heeft op inkomensverbetering; de rechthebbende, gelet op diens krachten en bekwaamheden, naar vermogen inspanningen heeft gepleegd om tot inkomensverbetering te komen. 2.. Tot de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval gerekend: Geen uitzicht op inkomensverbetering (lid 1 onder c): Wanneer de belanghebbende gedurende 36 maanden voor de peildatum een gemiddeld inkomen heeft ontvangen wat lager of gelijk is aan 105% van de gemiddelde bijstandsnorm, dan wordt de belanghebbende geacht geen uitzicht op inkomensverbetering te hebben. Naar vermogen inspanningen gepleegd (lid 1 onder d): De inspanningen die de belanghebbende heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen: een persoon met algemene bijstand op grond van de Participatiewet, of een IOAW- of IOAZ-uitkering; inwoners met een uitkering van het UWV waarbij het UWV verantwoordelijk is voor de re-integratie; statushouders gedurende de periode dat ze in het COA verbleven; worden geacht voldoende inspanningen te hebben geleverd om te komen tot inkomensverbetering tenzij er in de afgelopen 36 maanden een maatregel is opgelegd voor het schenden van de arbeids- of re-integratieverplichting. In dat geval dient nader onderzoek te worden verricht.

Rechtspraak bij dit artikel