Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 31

Parkeerduurbeperking

Onderdeel van Parkeerverordening 2009

1.. Burgemeester en wethouders kunnen binnen een vergunninggebied een parkeerduurbeperking instellen indien dat in de krachtens hoofdstuk 2 gegeven nadere regels is bepaald. 2.. Een parkeerduurbeperking kan slechts ingesteld worden in een winkelstraat; bij een begraafplaats; bij een sportvoorziening. 3.. Een parkeerduurbeperking betreft per etmaal: maximaal de openingstijden van de winkels in een winkelstraat; maximaal de openingstijden van de begraafplaats; maximaal de openingstijden van de sportvoorziening. 4.. Gedurende een parkeerduurbeperking wordt slechts parkeerbelasting geheven voor blokken van: 60 minuten; 120 minuten; 180 minuten of 240 minuten, met dien verstande dat in een winkelstraat gedurende de parkeerduurbeperking alleen parkeerbelasting wordt geheven voor blokken van 60 minuten. 5.. Indien burgemeester en wethouders toepassing hebben gegeven aan het eerste lid dan is, in afwijking van artikel 28, eerste lid, en artikel 30 een parkeervergunning, vermeld in artikel 7, tweede lid, onder a tot en met e, en g tot en met l, respectievelijk een parkeerkaart vermeld in artikel 26, niet geldig. 6.. Het vijfde lid is niet van toepassing op de gehandicaptenjaarkaart.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel