**1..** Burgemeester en Wethouders stellen, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, regels vast aangaande:
de indeling in vergunninggebieden en de grenzen daarvan;
het vergunningenplafond per vergunninggebied;
het milieuparkeervergunningenplafond per vergunninggebied;
gedurende welke bloktijden er voor parkeren parkeerbelasting wordt geheven;
het eventuele gebruik van het instrument van overloopgebieden bij het ontstaan van wachtlijsten, alsmede het aanwijzen van die gebieden;
het aantal te verlenen vergunningen op basis van artikel 9, leden 2 en 4, en artikel 10, leden 2, 5, 6 en 9.
**2..** Bij het vaststellen van het vergunningenplafond, het milieuparkeervergunningenplafond en het aantal te verlenen vergunningen wordt in ieder geval rekening gehouden met minimaal 10% noodzakelijke leegstand overdag per vergunninggebied.
**3..** Het milieuparkeervergunningenplafond bedraagt voor de vergunninggebieden binnen de ring A10, exclusief Amsterdam-Noord in ieder geval vijf procent van het gecombineerde aantal te verlenen vergunningen binnen het vergunningenplafond en het milieuparkeervergunningenplafond.