Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Vergunninggebieden en aantal vergunningen

Onderdeel van Parkeerverordening 2009

1.. Burgemeester en Wethouders stellen, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, regels vast aangaande: de indeling in vergunninggebieden en de grenzen daarvan; het vergunningenplafond per vergunninggebied; het milieuparkeervergunningenplafond per vergunninggebied; gedurende welke bloktijden er voor parkeren parkeerbelasting wordt geheven; het eventuele gebruik van het instrument van overloopgebieden bij het ontstaan van wachtlijsten, alsmede het aanwijzen van die gebieden; het aantal te verlenen vergunningen op basis van artikel 9, leden 2 en 4, en artikel 10, leden 2, 5, 6 en 9. 2.. Burgemeester en wethouders, gehoord de stadsdelen, kunnen nadere regels vaststellen aangaande het belanghebbendenvergunningenplafond voor een kwaliteitstaxistandplaats. 3.. Bij het vaststellen van het vergunningenplafond, het milieuparkeervergunningenplafond en het aantal te verlenen vergunningen wordt in ieder geval rekening gehouden met minimaal 10% noodzakelijke leegstand overdag per vergunninggebied. 4.. Het milieuparkeervergunningenplafond bedraagt voor de vergunninggebieden binnen de ring A10, exclusief Amsterdam-Noord in ieder geval vijf procent van het gecombineerde aantal te verlenen vergunningen binnen het vergunningenplafond en het milieuparkeervergunningenplafond. 5.. Burgemeester en wethouders, gehoord de stadsdelen, kunnen een overgangsregeling instellen voor de uitgifte van de belanghebbendenvergunning als bedoeld in artikel 25, indien er een wachtlijst als bedoeld in artikel 34 is. 6.. Artikel 32 lid 4, alsmede artikel 34 lid 3, kunnen door burgemeester en wethouders, gehoord de stadsdelen, buiten werking worden gesteld, indien zij een overgangsregeling als bedoeld in het vijfde lid van dit artikel instellen. 7.. Burgemeester en Wethouders, gehoord de stadsdelen, kunnen nadere regels vaststellen aangaande de geldigheidsduur van de belanghebbendenvergunning die geldig is op een kwaliteitstaxistandplaats. 8.. Burgemeester en wethouders, gehoord de stadsdelen, kunnen nadere regels vaststellen over het buiten werking stellen van de in lid zes van dit artikel genoemde leden

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel