Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a. minicontainer: het van gemeentewege voor de inzameling van groente-, fruit- en tuinafval en/of restafval verstrekte inzamelmiddel;
b. verzamelcontainer: het van gemeentewege voor de inzameling van groente-, fruit- en tuinafval en/of restafval verstrekt inzamelmiddel ten behoeve van een groep van percelen;
c. bioafval: dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat van organische oorsprong is, beperkt is van omvang en apart wordt ingezameld. Ook wel bekend als groente-, fruit- en tuinafval en (gekookte) etensresten;
d. restafval: huishoudelijk afval dat niet gescheiden kan worden ingeleverd;
e. groep van percelen: een groep van meerdere percelen waarvoor gemeenschappelijk gebruik wordt gemaakt van één of meerdere verzamelcontainers;
f. ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.