**1..** Onder de naam belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten worden ter zake van de binnen de gemeente gelegen woon- en bedrijfsruimten twee directe belastingen geheven, te weten:
een gebruikersbelasting van degene die naar de omstandigheden, beoordeeld bij het begin van het kalenderjaar, de roerende bedrijfsruimte, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;
een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een roerende woon- of bedrijfsruimte het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.
**2..** Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:
gebruik door degene aan wie een deel van de ruimte in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd, de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;
het ter beschikking stellen van een ruimte voor volgtijdig gebruik, aangemerkt als gebruik door degene die de ruimte ter beschikking heeft gesteld; degene die de ruimte ter beschikking heeft gesteld, is bevoegd, de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie de ruimte ter beschikking is gesteld.
**3..** Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig bekend staat, tenzij blijkt dat op dat tijdstip een ander de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Hoofdstuk
Artikel 1
Belastingplicht en belastingobject
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2007