Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4.

Weigering en beëindiging voorziening

Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Voorst 2024 (1e wijziging)

1.. Het college kan een voorziening weigeren als: De persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; De belanghebbende onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; De belanghebbende een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; De voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling of de maatschappelijk participatie; Er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening; of Het inzetten van een lichtere voorziening naar het oordeel van het college ook passend en adequaat is voor de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. 2.. Het college kan een voorziening beëindigen als: de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de PW of de artikelen 13 en 37 van de IOAW/IOAZ niet nakomt; de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een belanghebbende als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a onder 2, van de PW; naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een adequate arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de belanghebbende die gebruik maakt van de voorziening; de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. het inzetten van een lichtere voorziening naar het oordeel van het college passender en adequater is voor de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie; de persoon, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Wet, jonger is dan zestien jaar; het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld is de Wet educatie en beroepsonderwijs, school voor praktijkonderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of een instelling of een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, het verzoek om ondersteuning heeft gedaan en daarbij geen overgangsdocument heeft verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel