**1..** Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag.
**2..** De verlaging wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1000;
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1000 tot € 2000;
40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2000 tot € 4000;
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag van € 4000 of hoger.
**3..** Onverminderd het 1e lid van dit artikel wordt, indien belanghebbende een tekort schietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond ten aanzien van het onverantwoord besteden van vermogen, een maatregel opgelegd:
van 100% van de bijstandsnorm, gedurende de periode dat belanghebbende niet op een uitkering zou zijn aangewezen, indien hij op verantwoorde wijze het vermogen waarover hij beschikte of redelijkerwijs kon beschikken, zou hebben aangewend, met een maximum van zes maanden, of
in de vorm van een geldlening als bedoeld in artikel 48, lid 2 onder b van de PW, indien en voor zover het vastgestelde vermogen bij aanvang van de uitkering onvoldoende is om gedurende de hiervoor onder a genoemde periode van de maatregel in de noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien.
Hoofdstuk 4.
Artikel 45.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Voorst 2024 (1e wijziging)