Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9

Ontstaan belastingschuld; ontheffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de Precariobelasting westelijk havengebied 2004

1.. De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, indien dit later is, op het tijdstip waarop de belastingplicht aanvangt. 2.. Indien de belastingplicht, bij toepasselijkheid van de jaar- en seizoentarieven, in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting verschuldigd naar evenredigheid van het aantal volle kalendermaanden dat na het tijdstip van aanvang van de belastingplicht in het jaar of seizoen nog overblijft. 3.. Indien de belastingplicht, bij toepasselijkheid van de jaartarieven, vermeld onder de rubrieken 1 en 2 van de tabel, in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting verschuldigd naar evenredigheid van het aantal volle weken dat na het tijdstip van aanvang van de belastingplicht in het jaar nog overblijft. 4.. Indien de belastingplicht, bij toepasselijkheid van de jaar- en seizoentarieven, in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt ontheffing verleend naar evenredigheid van het aantal na de beëindiging van de belastingplicht in het jaar nog resterende volle kalendermaanden. 5.. Indien de belastingplicht, bij toepasselijkheid van de jaartarieven, vermeld onder de rubrieken 1 en 2 van de tabel, in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt ontheffing verleend naar evenredigheid van het aantal na de beëindiging van de belastingplicht in het jaar nog resterende volle weken. 6.. Ontheffing wordt niet verleend indien deze € 10 of minder zou bedragen.

Rechtspraak bij dit artikel