Verantwoording van het college aan de raad over het gevoerde grondbeleid vindt in beginsel plaats via de daarvoor bedoelde instrumenten: paragrafen in begroting en jaarstukken en (eveneens jaarlijks) via het Meerjarenperspectief Grondbedrijf (MPG). Daarbij is sprake van een spanningsveld tussen openbaarheid en vertrouwelijkheid. Bij grondbedrijfactiviteiten is, in afwijking van de reguliere overheidstaken, sprake van commercieel belang. De gemeente is immers een actor op de grond- en vastgoedmarkt. Dat maakt het onder omstandigheden noodzakelijk om bijvoorbeeld bedrijfsstrategie of financiële aspecten niet naar buiten te brengen. Als (juridisch) kader gelden hierbij de belangen zoals genoemd in de Wet open overheid (Woo). Op grond van de Gemeentewet kan, om deze belangen te beschermen, geheimhouding worden opgelegd ten aanzien van het MPG en de bijbehorende bijlagen die aan de raad worden voorgelegd.
De jaarrekening van het grondbedrijf is met name financieel gericht. Het is wenselijk om het bestuur ook meer (inhoudelijk) inzicht te geven in de projecten, de voortgang hiervan en de tendensen die worden waargenomen zoals marktontwikkelingen op het gebied van afzetprijs. Ook over de hoogte en verwachte ontwikkeling van het voor het grondbedrijf noodzakelijke weerstandsvermogen en de afdrachten aan de algemene dienst dient gerapporteerd te worden aan het bestuur. Deze aspecten zullen nadrukkelijk aan de orde komen in begroting en jaarrekening.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.7
Artikel 4.7.4
Verantwoording
Onderdeel van Nota Grondbeleid Oudewater 2024