**1..** Geen woonvoorziening wordt verstrekt:
als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen;
als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen;
ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning;
als de inwoner een voorziening vraagt voor in gemeenschappelijke ruimte(s). In deze situatie is de eigenaar, verhuurder of Vereniging Voor Eigenaren verantwoordelijk voor de voorzieningen;
als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college;
als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden;
de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening gericht is om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen worden gesteld.
in afwijking van artikel 11 lid 2 onderdeel b van dit artikel en artikel 2.3.5., zesde lid van de wet kan voor cliënten die in een Wlz-instelling wonen één woning bezoekbaar gemaakt worden.
In afwijking van artikel 11 lid 2 onder g kunnen voor de inwoner die verhuist naar een Wlz-instelling de woonvoorzieningen in de woning achterblijven die vóór het moment van verhuizen aan de inwoner zijn toegekend, voor zover:
deze voorzieningen nodig zijn om logeren mogelijk te maken
deze voorzieningen niet vanuit de Wlz-instelling geleend kunnen worden;
de inwoner 18 of meer dagen per jaar thuis gaat logeren.
Onderhoud, reparatie en vervanging bij technische afschrijving blijven ook na de verhuizing tot de verantwoordelijkheid van het college behoren.
**2..** Bij de afweging tot het al dan niet verstrekken van een woonvoorziening waarvan de kosten de maximale verhuiskostenvergoeding zoals benoemd in artikel 11.6 lid 4 overstijgen wordt beoordeeld of de cliënt kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning.
**3..** Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheid beschikbaar en bruikbaar is wordt het verhuisprimaat toegepast en wordt geen maatwerkvoorziening voor woningaanpassing verstrekt voor de huidige woning. Een verhuiskostenvergoeding kan dan verstrekt worden.
**4..** Indien het verhuisprimaat wordt toegepast en de cliënt niet wenst te verhuizen, wordt de cliënt de mogelijkheid geboden van een éénmalige tegemoetkoming tot maximaal de hoogte van de verhuiskostenvergoeding onder de volgende voorwaarden
dat het bouwkundig mogelijk is om een situatie te realiseren waarin de cliënt in staat wordt gesteld om zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te blijven;
dat de bouwkundige aanpassing of woonvoorziening wordt uitgevoerd conform het programma van eisen.
**5..** Indien het college een woningaanpassing heeft verstrekt aan een koopwoning en de cliënt verhuist binnen 10 jaar nadat de woningaanpassing is verstrekt, dan dient de meerwaarde van de woning door de woningaanpassing – onder verrekening van de voldane eigen bijdrage als bedoeld in artikel 18 lid 2 - te worden terugbetaald aan het college tot maximaal de kostprijs van de woningaanpassing.
**6..** Het college kan nadere regels stellen over het gestelde in dit artikel.
Hoofstuk 4
Artikel 11.2
Aanvullende voorwaarden woonvoorzieningen
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Voorne aan Zee 2025