Naar hoofdinhoud

Hoofstuk 4

Artikel 11.6

Hoogte financiële tegemoetkoming personen met een beperking of chronische problemen

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Voorne aan Zee 2025

1.. Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. 2.. De tegemoetkoming voor individueel personenvervoer, zoals bedoeld bij sociale contacten in en rond de gemeente, bedraagt per kalenderjaar voor: taxikosten maximaal € 1.800,-; rolstoeltaxikosten bedraagt maximaal € 2.100,-. 3.. De gemeente kan ieder jaar een indexatie toepassen daarbij de Landelijke Tarievenindex (LTI) voor taxivervoer . De bedragen worden naar boven afgerond op 10-tallen. 4.. Indien het college heeft beoordeeld dat cliënt geen recht heeft op een maatwerkvoorziening voor woningaanpassing vanwege toepassing van het primaat verhuizing, kan het college een tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten verstrekken ter hoogte van de werkelijke kosten tot maximaal de hoogte van de verhuiskostenvergoeding op grond van de regeling Minimumbijdrage verhuis- en inrichtingskosten bij renovatie binnen het Burgerlijk Wetboek. Uitbetaling vindt pas plaats als de klant een getekende huurovereenkomst of koopcontract overlegt van de voor hem meest geschikte beschikbare woning gelet op zijn beperkingen in het normale gebruik van de woning. 5.. De tegemoetkoming voor de aanschaf en het onderhoud van een sportvoorziening, zoals bedoeld bij het resultaatgebied deelname aan recreatieve activiteiten, bedraagt per drie jaar, inclusief onderhoud voor: een sportrolstoel maximaal € 3.600,00. Indien cliënt gemotiveerd aan kan tonen dat een duurdere rolstoel of andere sportvoorziening met een langere levensduur beter geschikt is dan kan het bedrag worden omgerekend naar een jaarbedrag en vermenigvuldigd worden met de technische levensduur van de voorziening met een maximum van 6 jaar. De termijn voor het opnieuw verstrekken van een sportvoorziening is dan evenredig aan de verwachte levensduur met een maximum van 6 jaar; 6.. In afwijking van Artikel 11.2 lid 1b kan het college een tegemoetkoming verstrekken ter hoogte van de werkelijke kosten tot maximaal 3.000,- voor het bezoekbaar maken van één woning door een inwoner die in een instelling op grond van de Wet langdurige zorg woont door een minderjarige inwoner waarvan de ouders gescheiden zijn en die zijn hoofdverblijf heeft bij één van beide ouders, zodat deze de andere ouder kan bezoeken. 7.. Het college kan nadere regels stellen over het gestelde in dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel