Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6:

Artikel 18.

Bijdrage in de kosten maatwerkvoorzieningen of pgb

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Voorne aan Zee 2025

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt cq er de beschikking over heeft of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt of toegekend. 2.. De bijdrage in de kosten wordt vastgesteld conform het Uitvoeringsbesluit. 3.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd per bijdrageperiode door: de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan 120 % van de bijstandsnorm zoals genoemd in artikel 21 Participatiewet, uitgaande van de norm van juli van het voorgaande jaar afgerond naar boven op tientallen; de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan 120 % van de bijstandsnorm zoals genoemd in artikel 22 van de Participatiewet, uitgaande de norm van juli van het voorgaande jaar afgerond naar boven op tientallen; de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan 120 % van de bijstandsnorm zoals genoemd in artikel 22 van de Participatiewet, uitgaande van de norm van juli van het voorgaande jaar afgerond naar boven op tientallen. 4.. De hoogte van de bijdrage overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 5.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt. 6.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 7.. Geen eigen bijdrage is verschuldigd voor rolstoelen, verhuiskosten, begeleiding waakvlam en het collectief vervoer. 8.. Aan de cliënt die gebruik maakt van de voorziening collectief vervoer wordt enkel door de vervoerder een instaptarief en een bijdrage per kilometer in rekening gebracht ter hoogte van de kosten van het Openbaar Vervoer. 9.. De bijdragen in de kosten voor opvang worden door het CAK vastgesteld en geïnd. Alle eigen bijdragen worden geïnd door het CAK. 10.. De ingangsdatum van de bijdrage als genoemd in het eerste lid start bij de ingangsdatum van de zorg of levering van de voorziening voor zolang de cliënt gebruik maakt van de zorg en/of de beschikking heeft over de voorziening. 11.. Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd. 12.. Uitgezonderd van een eigen bijdrage kunnen worden zogenaamde zorgmijders voor zover de toekenning van de Wmo-voorziening betrekking heeft op de problematiek die ten grondslag ligt aan het zorgmijden. 13.. Het college kan nadere regels stellen betreffende het opleggen van een bijdrage in de kosten. 14.. De bijdragen voor maatschappelijke opvang worden vastgesteld en geïnd door de instelling waar de cliënt verblijft. 15.. De zorgverlener kan aan de cliënt een bijdrage vragen ter gehele of gedeeltelijke compensatie van de algemeen gebruikelijke kosten die onderdeel uitmaken van de algemene of maatwerkvoorziening, voor zover dat tussen college en aanbieder is afgesproken. 16.. De bijdrage, bedoeld in het vorige lid, wordt vastgesteld op basis van objectieve criteria, zoals richtlijnen van het NIBUD, tarief van het openbaar stadsvervoer of landelijke modellen voor de berekening van de huurprijs van woonruimte en bedragen niet meer dan de kostprijs voor de aanbieder van de voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel