Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2004

1.. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes, bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2.. De belasting wordt niet geheven ter zake van een hond: die uitsluitend dient om blinde personen te leiden; die uitsluitend dient om lichamelijk gehandicapten bij te staan en waarvoor de houder een voor die hond geldend diploma of certificaat, afgegeven door de Stichting Sociale Honden voor Gehandicapten Nederland, kan tonen; die verblijft in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; die jonger is dan drie maanden, voor zover deze tezamen met de moederhond door dezelfde persoon worden gehouden; waarvan de houder een voor zijn hond geldend diploma, afgegeven voor de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging, kan tonen. 3.. De vrijstelling als bedoeld onder f van het tweede lid, is alleen van toepassing, indien de houder zich heeft verbonden, de desbetreffende hond et begeleider op aanvraag aan de politie ter beschikking te stellen.

Rechtspraak bij dit artikel