Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Manieren om invasieve exoten aan te pakken

Onderdeel van Uitvoeringsrichtlijn invasieve exoten en overlast gevende planten

Bij de Tilburgse aanpak van invasieve exoten en overlast gevende soorten maken we onderscheid tussen de volgende categorieën van ‘aanpak’: Signaleren en monitoren – De soort komt nog niet voor in Tilburg of er is geen acute reden om de soort aan te pakken, maar we houden wel de ontwikkeling in de gaten. Wanneer er grote hoeveelheden worden waargenomen (aanwijzing voor populatie-vorming) of er overlast wordt gemeld kan het beleid worden aangepast. Als er in onze gemeente waarnemingen van Unielijstsoorten die nieuw zijn voor Nederland worden gedaan, dan moeten deze altijd worden gemeld bij de NVWA. Het jaarlijks monitoren van locaties is nodig om gestelde prioriteiten te beoordelen en eventueel bij te stellen. Beheersen - Uitroeien van de soort is te kostbaar, technisch onuitvoerbaar, of de kosten en moeite staan niet in verhouding met de veroorzaakte overlast. Deze aanpak heeft als doel om (met beperkte middelen) de verdere verspreiding van de soort tegen te gaan en overlast zo veel mogelijk te beperken. Er wordt wel ingegrepen wanneer er lokaal overlast is, of wanneer er uitzonderlijk hoge dichtheden worden gevonden. Lokale bestrijding is dan gewenst. Er zijn verschillende methoden om soorten te beheersen. Een ervan is de ecosysteemaanpak. Als de invasieve exoot wijdverspreid is en bestrijding praktisch of financieel niet haalbaar is kan gekozen worden voor de ecosysteemaanpak (Ecosystem Resilience Approach, ERA). Daarbij wordt gekozen om de veerkracht van het ecosysteem te versterken i.p.v. het bestrijden van de exoot. De beheerder gaat het bos of de natuur zodanig versterken dat het ecosysteem de bedreiging van de exoot voor inheemse flora en fauna voorkomt. De exoot krijgt een plek in het ecosysteem maar zal geen forse schade toebrengen aan het systeem en de biodiversiteit Bestrijden - De soort veroorzaakt overlast of de huidige situatie in Tilburg is goed geschikt voor (preventieve) uitroeiing. Deze aanpak heeft als doel om de soort binnen de gemeentegrenzen volledig uit te roeien en heeft ook daadwerkelijk kans van slagen. Het verschilt per soort of het gaat om bestrijding van een populatie die veel overlast veroorzaakt, of dat het uitroeien van een nieuwe vestiging van de soort betreft voordat er schade wordt veroorzaakt of de soort zich verder verspreidt. Niet meer aanplanten – Planten met een invasief karakter worden niet meer aangeplant binnen de gemeente Tilburg vanwege de ongewenste effecten van de soort. Dit gaat uiteraard alleen om soorten die niet op de Unielijst staan; de soorten op de Unielijst mogen sowieso niet meer verhandeld en dus ook niet aangeplant worden. Bij enkele soorten heeft de aanpak een nuancering, bijvoorbeeld wanneer bestrijding alleen noodzakelijk is op bepaalde plekken (veelal langs waterwegen, in natuurgebieden of nieuwvestiging van kleine omvang). Deze verbijzondering staat dan vermeld achter de actie in figuur 3. Foto 4: woekerende dijkviltbraam (Bron: Saxifraga-Rutger Barendse)

Rechtspraak bij dit artikel