Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.4

Aanpassingen anno 2024

Onderdeel van Uitvoeringsrichtlijn invasieve exoten en overlast gevende planten

Het oude Exotenbeleid van de gemeente Tilburg dateert uit 2018 (intern document). Van veel soorten blijft de aanpak in 2024 hetzelfde, maar van enkele soorten kiezen we nu voor aan andere aanpak. Reden daarvoor is dat de omvang of de urgentie is gegroeid of juist afgenomen. Daarnaast zijn er ook nieuwe soorten bijgekomen. Ook zijn soorten toegevoegd die eerder niet op de lijst stonden als invasieve exoten, omdat ze in het verleden niet als invasief werden beschouwd. De soort heeft zich echter in negatieve zin ontwikkeld/aangepast aan haar omgeving, waardoor hij nu wel als invasieve soort worden beschouwd. Het gaat om soorten als knolcyperus, bleek cypergras en dijkviltbraam. Belangrijkste aanpassingen ten opzichte van 2018: Watercrassula: Aanpak was bestrijden. Nu zijn er sommige plekken waar de crassula gevestigd is zodat bestrijden niet meer mogelijk is. Dat wordt nu beheersen. Grote waternavel, Parelvederkruid en Ongelijkbladig vederkruid werd beheerst. Op nieuwe groeiplaatsen < 10 m2 gaan we ze nu bestrijden. Duizendknopen werden overal bestreden. Dat blijven we doen op groeiplaatsen < 10m2 en in natuurgebieden. Op plekken waar ze grootschalig gevestigd zijn, gaan we beheersen (bestrijden is financieel een grote en onhaalbare kostenpost). Reuzenbalsemien: wordt nu gesignaleerd maar ook bestreden. Deze is op een aantal plaatsen prima te bestrijden. Aanpak is bestrijden waar het kan. Robinia, hemelboom, rimpelroos, Pontische rododendron en Amerikaanse vogelkers werden al niet meer aangeplant sinds 2018. In bosgebieden laten we nu ruimte voor ecosysteem-aanpak als beheersmaatregel (zie paragraaf 4.2).

Rechtspraak bij dit artikel