Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2025

De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar een vast bedrag per gemeubileerde woning, per belastingjaar van € 175,00, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar een vast bedrag, per gemeubileerde woning, per belastingjaar van € 175,00 De belasting bedraagt, per woning, per jaar bij een waarde van: a. minder dan € 60.000,- € 488,- b. € 60.000,- of meer, maar minder dan € 90.000,- € 586,- c. € 90.000,- of meer, maar minder dan € 120.000,- € 703,- d. € 120.000,- of meer, maar minder dan € 150.000,- € 844,- e. € 150.000,- of meer, maar minder dan € 180.000,- € 1.013,- f. € 180.000,- of meer € 1.215,-

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel