Van het binnenhavengeld dat wordt betaald voor schepen naar een termijn van een jaar, wordt, indien het gebruik van de haven is geëindigd vóór het verstrijken van de termijn, op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige, restitutie verleend voor zoveel vierden van het bedrag als er in dat jaar na de beëindiging van het gebruik nog volle kwartalen overblijven en waarbij het jaarbedrag eerst wordt herleid tot viermaal het kwartaaltarief.