Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Directeuren bedrijfsvoering

Onderdeel van Organisatieregeling gemeente Utrecht

1.. De directeuren van de organisatieonderdelen van de bedrijfsvoering zijn adviseur van de algemeen directeur, de concerndirectie en het college van burgemeester en wethouders. 2.. De directeuren van de organisatieonderdelen van de bedrijfsvoering zijn – onverlet de verantwoordelijkheid van de directeuren van het eigen organisatieonderdeel - verantwoordelijk voor o.a.: kaderstelling, ondersteuning, handhaving en toetsing op doeltreffendheid en doelmatigheid van de bedrijfsvoering, de bevordering en de bewaking van de doelmatigheid en de rechtmatigheid van het beheer en de administratie en de overige bedrijfsvoeringsfuncties, planning en control voor de verschillende bedrijfsvoeringsfuncties, de directeur Financiën en Inkoop is verantwoordelijk voor de werking van het financiële systeem. de directeur Concerncontrol (Concerncontroller) is verantwoordelijk voor de werking van het control systeem. de directeur Concerncontrol (Concerncontroller) is verantwoordelijk voor de monitoring en advisering aan de concerndirectie en de directeuren over doelmatigheid, doeltreffendheid en risicomanagement van de organisatie als geheel, de organisatieonderdelen en de bedrijfsprocessen, adequate en betrouwbare informatievoorziening en is systeemverantwoordelijke en toezichthouder op het control stelsel en verantwoordelijk voor de organisatie van de Functionaris Gegevensbescherming. de directeur IPM is verantwoordelijk voor de organisatie van de Chief Information Security Officer (CISO) en het Concernrecordmanagement. 3.. De escalatiebevoegdheid zoals opgenomen in artikel 4 lid 3 is van overeenkomstige toepassing. 4.. De directeur Concerncontrol (concerncontroller) wordt, voor zover het zijn control taken en bevoegdheden betreft, bij afwezigheid vervangen door een strategisch adviseur Concerncontrol.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel