Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 17

Voorwaarden voorziening gericht op verplaatsen en vervoer

Onderdeel van Nadere regels Wmo zelfredzaamheid en participatie Heerlen 2024

1.. Bij het verstrekken van een voorziening gericht op verplaatsen en vervoer wordt uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in en rondom de woning en vervoer in de directe woon- en leefomgeving. 2.. Een ingezetene, die wegens zijn beperkingen of chronische problemen geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer of een andere voorliggende voorziening, zoals gebruik van eigen auto, kan in aanmerking komen voor Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV). 3.. Bij gebruik van het CVV is sprake van een uitzondering op het eerste lid indien het vervoer betreft naar vastgestelde zogenaamde puntbestemmingen. 4.. Een ingezetene, zoals bedoeld in lid 2, kan, indien het CVV geen adequate oplossing biedt, in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening in de vorm van: een vervoersvoorziening die door de gemeente in bruikleen wordt verstekt; een autoaanpassing als zorg in natura; een financiële bijdrage zoals bepaald in artikel 18; een persoonsgebonden budget (pgb). 5.. Een maatwerkvoorziening als bedoeld in het vierde lid onder b. wordt maximaal eenmaal per vijf jaar verstrekt en alleen als de auto jonger is dan zeven jaar. 6.. Indien als gevolg van het verstrekken van een maatwerkvoorziening gericht op vervoer extra verzekeringskosten en hogere kosten in verband met de motorrijtuigenbelasting ontstaan, komen deze (meer)kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel