Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Beoordeling van een herziening van de maatstaf voor de rioolheffing

Onderdeel van Uitvoeringsregeling rioolheffing gemeente Beekdaelen 2025

2.1.. Algemeen. 2.1.1.. Bij de toepassing van de verordening op de heffing en de invordering van de rioolheffing bestaat op verzoek aanspraak op herziening van de maatstaf van heffing dan wel vermindering van de aanslag rioolheffing in de hierna volgende gevallen: 2.2.. Gevallen waarin de maatstaf van heffing wordt herzien of vermindering wordt verleend. 2.2.1.. De maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid van de verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing wordt op verzoek van de belastingplichtige herzien of verminderd met het aantal kubieke meters water, waarvan overduidelijk is aangetoond, dat die hoeveelheid water op basis van gegevens van een branche organisatie wordt aangemerkt als verbruik ten behoeve van het productieproces. Waterverbruik vallende binnen de normale activiteiten voor huis of tuin wordt niet in aanmerking genomen. Bij stoeterijen, maneges, handelsstallen, pensionstallen en paardenfokkerijen wordt het drinkwater van paarden gesteld op 13 m3 per paard per kalenderjaar. 2.2.2.. In afwijking van het hier voren bepaalde onder 2.2.1. kan als maatstaf van heffing bij bedrijven met bewoning nooit lager zijn dan het aantal personen dat bij de aanvang van de belastingplicht staat ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie, te vermenigvuldigen met een gemiddeld waterverbruik per persoon per jaar van 44 m3 welke uitkomst wordt vermeerderd met een algemeen waterverbruik van 50 m3 2.3.. In afwijking van het bepaalde onder 2.2.1. wordt in gevallen waarbij sprake is geweest van leegstand, geen volledige verbruiksperiode, de maatstaf van heffing berekend naar het gemiddelde waterverbruik. De maatstaf van heffing wordt dan vastgesteld op: 2.3.1.. Bij een perceel, zijnde een woning: door het aantal personen, dat bij de aanvang van de belastingplicht staat ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie, te vermenigvuldigen met een gemiddeld waterverbruik per persoon per jaar van 44 m3 2.3.2.. Bij een perceel, zijnde een niet-woning met woonruimte: door het aantal personen dat bij de aanvang van de belastingplicht staat ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie, te vermenigvuldigen met een gemiddeld waterverbruik per persoon per jaar van 44 m3, welke uitkomst wordt vermeerderd met een algemeen waterverbruik van 50 m3

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel