In deze verordening wordt verstaan onder:
algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;
asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
begraafplaats: begraafplaats De Wissel;
beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt;
foetus: een na een zwangerschapsduur van minder dan 24 weken ter wereld gekomen menselijke vrucht;
foetusveld: het deel van de begraafplaats waar de gelegenheid wordt geboden tot het (doen) begraven van foetussen;
gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een particulier graf.
graf: een zandgraf of keldergraf;
grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf;
grafkelder: een betonnen constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet;
particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
het doen begraven en begraven houden van lijken;
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf;
urn: een voorwerp ter berging van een asbus;
verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;