Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

Het bestrijden van voortijdig schoolverlaten en het volgen van jongeren in een kwetsbare positie

Onderdeel van Ambtsinstructie voor de medewerker leerplicht / Doorstroompunt 073 gemeente ‘s-Hertogenbosch

(artikel 118h, tweede lid WVO, artikel 162b, tweede lid WEC, artikel 8.3.2, tweede lid, WEB) De administratief medewerker haalt bij het Register Onderwijsdeelnemers van DUO de startset op van jongeren in een kwetsbare positie op in de week na het eerste volledige weekeinde van november. De administratief medewerker verwijdert uit dit bestand jongeren die verhuisd zijn, jongeren zonder Burger Service Nummer (BSN), jongeren die ouder zijn dan 23 jaar en de jongeren die overleden zijn. De administratief medewerker controleert of de jongeren een startkwalificatie hebben gehaald. Zo ja, dan legt de administratief medewerker dit vast in het administratiesysteem Heeft de jongere geen startkwalificatie dan controleert de administratief medewerker of de jongere ingeschreven staat op een school. Zo ja dan legt de administratief medewerker vast dat de jongere een jongere in een kwetsbare positie is. De volgende stappen gelden zowel voor jongeren die van school/onderwijsinstelling worden uitgeschreven, zonder startkwalificatie en die vallen onder de omschrijving voortijdig schoolverlater, als voor de jongere in een kwetsbare positie. Staat de jongere niet op een school ingeschreven dan vraagt de administratief medewerker gegevens op bij het Inlichtingenbureau om vast te stellen of de jongere een inkomen geniet. De administratief medewerker gebruikt voor de vastlegging van deze gegevens de prioriteiten die het Inlichtingenbureau hanteert. Is er sprake van prio 1 of 2 dan controleert de administratief medewerker of de jongere een dagbesteding heeft. Het wel of niet hebben van een dagbesteding wordt vastgelegd in het administratiesysteem. Is er sprake van prio 3 (inkomen uit werk), 4 (combinatie van inkomen uit werk en -uitkering) of 5 (inkomen uit een uitkering) dan worden deze gegevens vastgelegd in het administratiesysteem. Heeft de jongere geen inkomen en geen dagbesteding dan draagt de administratief medewerker de jongere over aan een Doorstroompunt-medewerker. De Doorstroompunt-medewerker bekijkt of er iets bekend is over de jongere en bepaalt aan de hand daarvan of er actie wordt ondernomen of sluit het dossier van de jongere met de mededeling ‘geen actie’. Wanneer richting de jongere actie wordt ondernomen volgt de Doorstroompunt-medewerker de werkwijze die is vastgelegd in de routekaart Doorstroompunt van Ingrado. Lid 5 tot en met 8 wordt door de administratief medewerker ieder half jaar herhaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel