Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Beleid erfgoed

Onderdeel van Beleidskader kleine windturbines Zaanstreek – Waterland

De opgaven op het gebied van erfgoed (inclusief archeologie) zijn op onderdelen tot op Europees en zelfs mondiaal niveau vastgelegd: De Beemster en de Stelling van Amsterdam, beide gelegen binnen de regio, zijn aangewezen als Unesco-Werelderfgoed / erfgoed van universele waarde. Die aanwijzing werkt door in de ruimtelijke ordening. De Landschapsconventie van de Raad van Europa (Verdrag van Florence uit 2000). Hierin beloven landen een actief beleid te voeren op bescherming en beheer van het landschap en van landschappelijke diversiteit. De Europese verdragen zijn vooral in algemene en niet in specifieke zin verplichtend. Hollandse waterlinies, energie Afwegingskader Voor het werelderfgoed van de waterlinies is een Afwegingskader opgesteld om een afweging te kunnen maken voor nieuwe grootschalige zonne- of windenergie binnen het landschap van de linie. Kleine windturbines vallen echter niet onder grootschalige energieopwek. Het Afwegingskader is daarom niet bruikbaar voor het afwegen van kleine windturbines. Stelling van Amsterdam De Stelling van Amsterdam dateert van tussen 1880 en 1914. De militaire verdedigingslinie bestond uit forten en een groot aantal batterijen, dijken en sluizen. Het systeem van de stelling ging uit van onderwaterzetting (inundatie) van een gebied rondom Amsterdam. Een stelsel van inundatiesluizen en -dammen verdeelde het water op ingenieuze wijze. Hierdoor ontstond een nat gebied waar het water te diep was voor de vijand om door heen te waden, maar te ondiep om te varen. De door UNESCO benoemde ‘Uitzonderlijke en Universele Waarde’ (UUW) van de Stelling van Amsterdam is samengevat in de volgende kernkwaliteiten: Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laat negentiende-eeuwse en vroeg twintigste-eeuwse hydrologisch en militair landschappelijk geheel, bestaande uit: een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; sluizen en voor- en achterkanalen; forten, liggend aan accessen; inundatiegebieden; voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; Relatief grote openheid; Groene en relatief stille ring rond Amsterdam. Figuur 3.4 Uitsnede uit de Overzichtskaart stelling van Amsterdam, bron Leidraad landschap en cultuurhistorie De UNESCO-Werelderfgoedstatus heeft als doel behoud en ontwikkeling van de Uitzonderlijke Universele Waarde (UUW). De Provincie Noord-Holland is ‘siteholder’ van het UNESCO-Werelderfgoed Stelling van Amsterdam en is de eerstverantwoordelijke overheid voor het behoud en beheer van de Stelling binnen haar grenzen. De UUW gaat over het behoud van de objecten van de Stelling van Amsterdam maar ook over het behoud van het voor de Stelling zo karakteristieke (open) landschap. Het behoud van het landschap rondom de Stelling van Amsterdam is geregeld via het ruimtelijk beleid. De regels die het Rijk in haar Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ontwikkeling (Barro) hierover heeft gesteld, zijn vertaald opgenomen in de structuurvisie van de provincie Noord-Holland. Gemeenten moeten bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening houden met de in de Provinciale Verordening gestelde regels. In artikel 6.62 van de OVNH2022 wordt gesteld dat als een omgevingsplan (ruimtelijk plan in OVNH2020) betrekking heeft op het werkingsgebied erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde het dan regels bevat gericht op de instandhouding of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Het omgevingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe activiteiten die de kernkwaliteit niet aantasten, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, of er voldoende maatregelen worden getroffen om nadelige effecten te mitigeren of te compenseren. Conclusie KWT binnen de stelling van Amsterdam toetsen op de kernkwaliteiten van de stelling. Provinciaal monument De dijk langs het Markermeer is aangegeven als provinciaal erfgoed / monument. Het betreft een keringselement. In de Provinciale Monumentenverordening 2010 en de OVNH2022 artikel 6.72 staat dat het zonder omgevingsvergunning niet mogelijk is een beschermd monument af te breken, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Een vergunning is noodzakelijk bij de ontwikkeling van een duurzame energiebron in de directe nabijheid waardoor de belevingswaarde van het provinciaal monument wordt beïnvloed. Rijks- en gemeentelijke monumenten en beschermde dorpsgezichten In het plangebied komen ook diverse rijks- en gemeentelijke monumenten en beschermde dorpsgezichten voor, waaronder Marken. KWT’s zijn hier niet bij voorbaat uitgesloten. Conclusie Per monument of dorpsgezicht zal een toetsing moeten uitwijzen of sprake is van een onevenredige aantasting van de aan het monument of dorpsgezicht toegekende waarde. Die aanvragen worden voorgelegd aan de monumenten of beschermde dorpsgezichtencommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel