Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Inleiding

Onderdeel van Beleidskader kleine windturbines Zaanstreek – Waterland

Regio van zeven gemeenten De regio Zaanstreek-Waterland bestaat uit de zeven gemeenten Zaanstad, Waterland, Landsmeer, Wormerland, Purmerend, Edam-Volendam en Oostzaan. Sommige gemeenten zijn sterk stedelijk van karakter, andere juist sterk landelijk. De regio is 46.427 ha groot (land en water), waarvan 14.226 ha cultuurgrond. Een groot deel (94%) van de cultuurgrond bestaat uit grasland. Het gemiddelde landbouwbedrijf is 45 ha groot. Natuur en landschap In de regio is bijna 7.800 ha aangewezen als onderdeel van het Nationaal Natuurnetwerk Nederland (NNN) en ruim 7.250 ha als Natura 2000-gebied. Een groot deel van de cultuur- en natuurgronden is beschermd landschap via het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL), zie ook paragraaf 3.4. Hierdoor worden de meest waardevolle landschappen en bijhorende kernkwaliteiten behouden, zoals openheid en sloten- en verkavelingspatronen. In de navolgende paragrafen wordt de karakteristiek per deelgebied nader toegelicht; eerst de veenweidegebieden en daarna de droogmakerijen. Figuur 4.1: Gebiedstypering binnen de regio Zaanstreek-Waterland Figuur 4.2: Stedelijk gebied, bedrijventerreinen, bebouwingslinten en de waterstructuur in het buitengebied Ontstaansgeschiedenis Het gebied kent een eeuwenlange geschiedenis van veenvorming, veenontginning en -ontwatering, dijkdoorbraken en inpolderingen. De ontginningsgeschiedenis en de kracht en beteugeling van het water zijn goed afleesbaar in het landschap, bijvoorbeeld aan de ontginningsassen en strokenverkaveling van de veenweidepolders en de restanten van dijkdoorbraken. De droogmakerijen kenmerken zich juist door een regelmatige verkaveling en de ringdijken met hoog gelegen boezemwateren. De veel voorkomende openheid is een bijzondere waarde, zowel voor bewoners en recreanten, als voor weidevogels. Figuur 4.3: Bebouwingsstructuren Bebouwing in het buitengebied De eerste bebouwing in het buitengebied bestond veelal uit agrarische bebouwing. Deze lag van oudsher langs de ontginningsassen en langs wegen of vaarten in de polders. In de droogmakerijen liggen de boerderijen langs de wegen op enige afstand van elkaar. De omgeving is nog steeds in agrarisch gebruik. In de waterrijke veenweidegebieden is de bebouwing vaak uitgegroeid tot dichte bebouwingslinten met veel woonbebouwing en enige bedrijfsmatige activiteiten. De omliggende veenweidegebieden hebben veelal een natuurfunctie gekregen. In Zeevang, polder Assendelft en Waterland komt ook veel verspreide bebouwing langs wegen voor.

Rechtspraak bij dit artikel