Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK

Artikel 11.

Artikel 11.

Onderdeel van ​​Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024​

1.. Buiten de begroting, zoals bedoeld in artikel 28, worden de raden van de gemeenten voorafgaand aan het nemen van een besluit van het bestuur in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen indien het een van de volgende besluiten betreft: 2.. de vaststelling van het beleidsplan als bedoeld in artikel 14 van de wet; 3.. de vaststelling van het risicoprofiel als bedoeld in artikel 15 van de wet. 4.. Het Algemeen Bestuur kan besluiten om ten aanzien van (andere) specifieke (voorgenomen) besluiten de raden in de gelegenheid te stellen een zienswijze in te dienen. 5.. Het Algemeen Bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het Dagelijks Bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen of wanneer het specifieke bestuurlijke bevoegdheden van een burgemeester of voorzitter betreft, kan het Dagelijks Bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het Dagelijks Bestuur stelt de raden hiervan schríftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 6.. Het Dagelijks Bestuur biedt de raden in het kader van de in het eerste lid, tweede lid en derde lid genoemde besluiten een termijn van minimaal twaalf weken om een zienswijze naar voren te brengen. 7.. Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting of een besluit zoals bedoeld in het eerste lid, tweede lid en derde lid waarover een zienswijze is gegeven, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze alsmede de conclusies die het daaraan verbindt. 8.. Wanneer het Dagelijks Bestuur raden van de deelnemende gemeenten in kennis stelt, is de wijze waarop hij zijn oordeel kenbaar maakt te vinden in artikel 11 lid 4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel